Peter Mertens publiceerde recent zijn boek Hoe durven ze? Hieronder het hoofdstuk over Griekenland, lang, maar de moeite waard om helemaal door te lezen.
Toen de dageraad aanbrak
stond Theseus, de zoon van Aegaeus, van zijn bed op.
Hij bond glanzende sandalen aan
en wandelde langs de golfrijke zee.
Daar zag hij een groep mensen
ellendig jankend als de schicht van pijlen.
Ook zag hij zeven Atheense jonggezellen en zeven dochters
die aan boord van een schip met zwarte zeilen werden gebracht,
de handen gebonden met zwaar touw.
Theseus vroeg met heldere stem:
“Wie zijn die jonge mensen?”
“Snelvarende schepen varen hen naar Kreta.
Wij hebben medelijden met hen.”
“Waarom?”, vroeg Theseus. “Wat gebeurt er dan met hen?”
“Weet je dat dan niet?
Ze worden levend gevoerd aan de Minotaurus,
het woedige dier dat in het doolhof op Kreta woont,
aan de zoom van de wijnkleurige zee.”
Griekenland en de zee! Omgeven door twee zeeën, de Ionische Zee in het westen en de Egeïsche Zee in het oosten, is het schiereiland altijd een land van zeevaarders geweest. Toen het gewelfde schip van Theseus, die de Minotaurus op Kreta had overwonnen, de haven van Athene weer binnenvoer, vergat de held dat hij witte zeilen moest hijsen, in plaats van de zwarte. Zijn vader, Aegaeus, dacht daardoor dat zijn zoon door de Minotaurus gedood was. Wanhopig van verdriet wierp Aegaeus zich in de zee, die daarom zijn naam zou dragen: de Egeïsche zee. Lees verder






